Vervroegd vrij uit het strafkamp

15-11-201628 x geraakt
De Oezbeekse christen Tochar Heydarov (31) is vervroegd vrijgelaten uit het strafkamp. Hij was tot tien jaar kamp veroordeeld en zat sinds 2010 gevangen. Zijn familie was niet blij met zijn bekering en luisde hem erin zodat hij gearresteerd werd. Maar God kan alles ten goede keren.

Tochar wordt in oktober 1982 geboren, in een Azerisch moslimgezin. Hij groeit op met zijn broers en zussen in de stad Goelistan. Zij leiden een losbandig leven. Dat heeft een slechte invloed op het gezin. Tochar verlangt naar een ander leven, naar vrede en harmonie. Hij komt in aanraking met andere gelovigen en begint samenkomsten te bezoeken. Niet lang daarna neemt hij Jezus Christus aan als zijn Heere. Hij ervaart een grote vrede.

Zijn familie echter is niet blij met zijn bekering. Op alle mogelijke manieren proberen ze hem te bewegen terug te keren tot de islam. Tochar weigert. Zelfs als zijn familie dreigt met de gevangenis, blijft hij de samenkomsten bezoeken. Zijn levenswandel steekt schril af tegen de manier van leven van de gezinsleden en dat zet kwaad bloed.

In januari 2010 staan plotseling politieagenten voor de deur. Ze arresteren Tochar. Op het politiebureau vist een agent een luciferdoosje met drugs uit de zak van de christen. Tochar begrijpt onmiddellijk dat iemand dat daar verstopt heeft. De politie doorzoekt het huis waar Tochar woont en ‘vindt’ daar een plastic zak met drugs. De moeder tekent een verklaring waarin staat dat Tochar drugs verhandelt en het leven van zijn moeder zwaar en moeilijk maakt.

Mishandeld
Drie dagen wordt Tochar vastgehouden en verhoord. Hij wordt zwaar mishandeld en gedwongen een schuldverklaring te tekenen. Ondanks dat niet bewezen wordt dat Tochar iets met de drugs te maken heeft, wordt hij tot tien jaar gevangenschap veroordeeld. Hogere beroepen halen niets uit. De verklaring van een advocaat dat er juridische fouten zijn gemaakt in de rechtsgang wordt genegeerd. Moeder Gajat krijgt intussen spijt van haar valse beschuldiging en wil die terugnemen, maar dat is niet meer mogelijk. Tochars zus en buren die voor hem in de bres springen, bereiken ook niets.

Tochar belandt in een strafkamp in de stad Karshi. Hij moet werken in een baksteenfabriek waar de temperaturen bijzonder hoog zijn. Hij doet ook ander zwaar werk. Zijn gezondheid lijdt eronder. Elke ochtend worden de gevangenen om vijf uur gewekt. Ze doen wat bewegingsoefeningen en na het ontbijt verrichten ze van 06.00 tot 17.00 uur zware arbeid. In de schaarse vrije tijd leest Tochar uit zijn Bijbel. Deze wordt afgepakt en in de bibliotheek gelegd. Af en toe mag hij er daar uit lezen. Soms krijgt hij post. Het komt voor dat de brieven voor zijn ogen worden verscheurd. De wetenschap dat mensen aan hem denken, troost hem desondanks.

Lied
Zes keer per jaar mag hij bezoek ontvangen. Christelijke broeders bezoeken hem drie keer en communiceren met hem vanachter een dubbele glaswand en via de intercom. Het zijn de enige momenten van contact met geloofsgenoten. De broeders houden na de begroeting en na gebed een preek voor Tochar. Eén keer zingen ze zelfs een lied.

Drie keer mag hij zijn familie persoonlijk ontmoeten. De christelijke broeders zorgen ervoor dat Tochars moeder hem kan bezoeken. Zijn vader is al overleden toen Tochar nog in voorarrest zat. De broeders brengen zijn moeder in haar rolstoel naar de gevangenis en bezoeken haar ook elke week thuis. Ook nemen ze haar mee naar de samenkomsten.

Tochar heeft het niet makkelijk in de gevangenis. Maar hij is moedig en staat vast in het geloof. Een tijd lang hoopt hij op een voortijdige vrijlating, daarna kan hij het overgeven aan God. “Uw wil geschiede. U heeft bepaald hoe lang ik hier zal blijven.”

Vrede
Tochars moeder krijgt in 2014 een hartaanval. Een christelijke zuster zorgt voor haar en vraagt of ze in God gelooft. “Toen stortte ze haar hart voor mij uit. We brachten haar zonde in gebed bij de Heere. In die nacht heeft Gaja vrede met God gevonden.”

Haar familie en het  verplegend personeel bemerken de verandering meteen. In plaats van te vloeken en te schelden, zoals ze gewoon was, is ze vriendelijk tegen iedereen. Het leidt ertoe dat ook anderen het Evangelie willen horen. Moeder Gajat heeft geen angst meer voor de dood. “Voor mij persoonlijk is het een groot wonder van de genade van God”, zegt de zuster die haar bijstond. Tochar voelt zich bijzonder getroost dat zijn gebeden voor zijn moeder verhoord zijn en zij verzoend met God kon sterven.

Bron: Friedensstimme


.



Terug naar overzicht
28 keer geraakt