Tot mijn laatste adem...

29-06-201821 x geraakt
De negentigjarige Jatya is acht keer mishandeld, maar hij is klaar om opnieuw te lijden voor Jezus Christus.

De fragiele maar energieke man woont in het zuiden van India, in een dorpje waar het krioelt van  betaalde spionnen van de nationalistische hindoebeweging RSS. Deze organisatie, met meer dan vijf miljoen leden, intimideert christenen en probeert hen te dwingen om terug te keren naar hun ‘nationale’ hindoe-wortels.

Een van Jatya’s waardevolste bezittingen is een doosje met daarin foto’s en krantenartikelen die gaan over de acht keer dat hij is mishandeld vanwege het vertellen van het Evangelie in zijn dorp. Het begon in 1992, toen Jatya een document weigerde te tekenen waarin hij moest beloven te stoppen met evangeliseren. Politieambtenaren reageerden op Jatya’s weigiering door al zijn vingers te breken.

Fietsketting


Drie jaar later mishandelden hindoe-extremisten hem en ze sleepten hem naar het politiebureau, waar hij een week in een cel zat. De littekens op Jatya’s linkerarm en hand zijn zichtbare herinneringen aan de derde keer dat hij werd vervolgd om zijn geloof: een hindoebuurman sloeg hem met een fietsketting. Het leidde tot ernstige verwondingen.

Na elke wrede mishandeling keert Jatya echter huiswaarts, met de Bijbel onder zijn arm. Want mensen hebben Jezus nodig. “Tot mijn laatste adem”, zegt hij, “zal ik U dienen en leven voor Jezus Christus.”

Slaaf


Jatya werd geboren in een hindoefamilie uit een lage kaste. Hij werkte jarenlang als slaaf. Toen hij begin dertig was, leerde hij Jezus kennen, nadat hij een traktaatje met het Evangelie had ontvangen. Jatya vond echte vrijheid in Gods liefde.

Jatya temidden van zijn familieJatya temidden van zijn familie


Vandaag de dag leidt hij, samen met twee van zijn negen kinderen, een huiskerk met veertig mensen. Ze komen bij elkaar in een smalle kamer die is aangebouwd aan de zijkant van zijn huis. Als hij niet samenkomt met zijn gemeente, is Jatya in het dorp te vinden, waar hij bidt met hindoes, boekjes met het Evangelie overhandigt en vertelt dat Jezus ook voor hen stierf.

Hij beschouwt de vervolging die hij heeft moeten verduren door de jaren heen, als onderdeel van zijn werk als evangelist. Wat hij ook moet doorstaan, er is niets van hem ertoe kan overhalen Jezus te verloochenen. “Ik kan mijn kerk niet in de steek laten. Ik heb een groot geloof. Alles wat ik doe, doe ik voor God.”

Gebroken rib


De achtste keer dat Jatya werd mishandeld, kwam na een gesprek dat hij voerde met een jonge man in zijn gemeenschap. Dagen nadat Jatya het Evangelie met hem gedeeld had, werd de evangelist omsingeld door een grote groep hindoe-extremisten. Ze sloegen hem totdat hij het bewustzijn verloor. Hij liep blauwe plekken op in zijn gezicht en brak een rib.

“Want God heeft ons niet gegeven een geest van vreesachtigheid,
maar van kracht en liefde en bezonnenheid.”

Het is in heel India gewoon dat er veel betaalde RSS-informaten rondlopen in elk dorp. Zij rapporteren christelijke activiteiten aan de autoriteiten. Soms nemen ze het recht in eigen hand en mishandelen ze de evangelisten persoonlijk. Een van deze informaten moet Jatya hebben zien spreken met de jonge man. Jatya vertelt dat de jonge man nu christen is, hoewel hij zijn geloof geheim houdt uit angst voor een aanval van de RSS.

Vergeving


Ondanks hun mishandelingen en diepe haat, heeft Jatya de RSS-leden enkel lief. Hij bidt dat hij elk van zijn vervolgers ooit kan ontmoeten, zodat hij hen kan zeggen dat hij hen vergeeft. “God vergaf ons aan het kruis en Hij leert ons om te vergeven”, zegt hij. “Dat is de reden dat ik vergeving schenk.”

Op dit moment is Jatya vrij van pijn. Hoewel hij veel littekens heeft opgelopen, is hij dankbaar voor het fysieke bewijs van zijn trouw. Als hem gevraagd wordt of hij bang is op zijn hoge leeftijd een negende keer te worden aangevallen, antwoordt hij met de tekst uit 2 Timotheüs 1:7: “Want God heeft ons niet gegeven een geest van vreesachtigheid, maar van kracht en liefde en bezonnenheid.” Hij vervolgt met Johannes 16:33: “Deze dingen heb Ik tot u gesproken, opdat u in Mij vrede zult hebben. In de wereld zult u verdrukking hebben, maar heb goede moed: Ik heb de wereld overwonnen.”
Jatya weet dat zijn werk door moet gaan… tot zijn laatste adem.

Gebed


Jatya’s verzoek: “Bid dat onze kerk, ook na mijn dood, doorgaat een licht te zijn in dit dorp met zo’n tienduizend hindoes. Bid voor mijn zonen die ook kerkleider zijn. En bid dat iedereen in dit dorp gered wordt.”








Terug naar overzicht
21 keer geraakt