Alleen littekens, röntgenfoto’s en herinneringen vormen nog het bewijs van de verwoestende aanval die Selvan en zijn broers meemaakten. Zij werden overvallen door leden van hun eigen Sri Lankaanse gemeenschap vanwege hun christelijk geloof en hun roeping.
In de nasleep van de aanval vertelt Selvan dat de Heer zijn familie en hun kerk heeft geleid op een weg van vergeving en hoop. Op een dag liep een van de aanvallers langs het huis van de familie. Selvan voelde zich innerlijk aangespoord om de man uit te nodigen om binnen te komen.
De man nam de uitnodiging aan en ontving Selvan’s gastvrijheid. Onder het genot van kopjes hete chai (thee) kon Selvan zijn liefde en vergeving uitspreken en hem het evangelie uitleggen.
“Als ík hem had uitgenodigd, was hij niet gekomen, maar het was de Heer die hem naar binnen bracht,” zei Selvan. “Tot onze laatste adem willen wij God dienen.”







