“Gebruik mijn pijn en verdriet voor Uw Koninkrijk”

17-01-202032 x geraakt
Een hele familie van terroristen, inclusief kinderen, blies zich vorig jaar op bij drie kerken in Indonesië. Vijftien mensen kwamen om het leven, zevenenvijftig raakten gewond. Fenny is een van hen. Het is een wonder dat ze overleefde. Als Fenny merkt dat mensen naar haar brandwonden staren, bidt ze zachtjes: “Hoe kunt u mij in deze situatie gebruiken?”

Zondag 13 mei 2018, Oost-Java
6:30 uur, Surarbaya: Twee tieners van zestien en achttien komen aanrijden op een motorfiets. Ze rijden recht op de katholieke kerk Saint Mary af. Er ontploft een bom. Een vrouw, een kind en een bewaker komen om het leven. Andere kerkgangers raken gewond.

7:15 uur, vijf kilometer verderop
Een vrouw en haar dochters van negen en twaalf klimmen uit een zwart Toyota busje met getinte ramen. Ze dragen alle drie een nikaab. Ze zetten vastberaden passen richting het gebouw van de Indonesia Christian Church. Een bewaker vindt dit verdacht. Hij schreeuwt en rent op hen af om te voorkomen dat ze het kerkgebouw binnengaan. De vrouw, die een tas draagt, versnelt haar pas en laat een bom afgaan. Een moment later zijn zij en haar twee jonge dochters dood. Het zwarte busje rijdt verder.

7:53 uur
Fenny Suryawati staat aan de voet van de trap dichtbij de ingang van de Central Pentecostal Church als het zwarte busje de kerkdeur ramt. Twee parkeerwachters worden geraakt door het voertuig. Vijf bommen in het busje ontploffen en een enorme vuurbal verspreidt zich over de het parkeerterrein. De benzinetanks van vijf auto’s en dertig motorfietsen die staan geparkeerd, ontploffen eveneens. Het is een chaos van lawaai, vuur, hitte en rondvliegende onderdelen.

Fenny stond op drie meter afstand van het busje toen het ontplofte


Verschroeide huid


De vlammen likken zich snel een weg naar de voorkant van het kerkgebouw. Ze komen recht op Fenny af die op weg was om haar achtjarige dochter Clarissa van de zondagsschool op te halen. Fenny schat dat ze op drie meter afstand van het busje stond toen het ontplofte. “Ik voelde de hitte over mijn hele lichaam”, zegt ze bevend als ze terugdenkt aan die verschrikkelijke dag. “Ik riep om hulp.”

De vlammen verbranden 85 procent van Fenny’s lichaam, inclusief een groot gedeelte van haar gezicht. Ze zegt dat ze nooit zal vergeten hoe het voelde toen water over haar verschroeide huid stroomde, op het moment dat kerkleden proberen om de brandende pijn probeerden te verzachten. “Het hielp”, zegt ze dankbaar glimlachend. Ik voelde de koelte op mijn huid.”

Bij de aanslag op een Indonesische kerk raakte Fenny zwaargewondBij de aanslag op een Indonesische kerk raakte Fenny zwaargewond


Bang


Fenny werd naar een verzamelplek gebracht. Daar werd ze herenigd met haar dochter Clarissa, haar man Erry en haar schoonmoeder. Fenny barstte in tranen uit toen ze de verwondingen bij haar dochter zag. Clarissa stond op het moment van de ontploffing bijna bovenaan de trap, op de tweede verdieping. Ze raakte gewond aan haar voorhoofd, buik en handen. Rondvliegend metaal veroorzaakte een bloeding bij haar mond. “Ik was niet dichtbij het vuur, maar toen ik probeerde te lopen, deed mijn lichaam verschrikkelijk pijn. Ik voelde de hitte op mijn huid. Ik had geen water, dus ik rende en rende maar. Mijn oma gooide water in mijn gezicht. Ik voelde me zo bang en was zo bezorgd over mijn moeder”, vertelt Clarissa.

Warm bad


Een broeder uit de kerk hielp moeder en dochter achterin zijn auto en reed op volle snelheid naar het ziekenhuis. Hij wist niet of Fenny de aanslag wel zou overleven. Tijdens de rit, die twintig minuten duurde, namen haar gevoel en emoties de overhand. “Ik voelde geen hitte meer, maar ik rook verbrand vlees”, herinnert ze zich. “Op dat moment richtte ik mij op mijn dochter en wat er met haar gebeurd was, zodat ik verder niet hoefde na te denken over hoe ik eraan toe was.”

In het ziekenhuis leggen dokters Fenny in een bad met warm water en hechten de open wonden rond haar ogen en bovenlip. Daarna nemen ze haar mee om granaatscherven die op verschillende plaatsen haar lichaam zijn binnengedrongen, te verwijderen. Een stuk staal heeft de linkerkant van mijn romp doorboord”, zegt ze, wijzend naar de bewuste plek. “Ik ben God dankbaar dat het mijn longen niet heeft geraakt.”

Bemoediging en gebed


De doktoren zijn uren bezig om de brandwonden te verbinden. “Op dat moment voelde ik de brandende hitte opnieuw”, vertelt Fenny. “De pijn kwam ook terug.” Elke vier uur kreeg ze verdoving, zodat de artsen heel voorzichtig de dode huid konden verwijderen. Ze ondergaat deze procedure eenentwintig keer. Het was niet mogelijk om een huidtransplantatie uit te voeren, omdat Fenny niet genoeg gezonde huid bezit.
Gedurende de drie maanden dat Fenny in het ziekenhuis lag, bezochten haar voorganger, pastor Yonathan Biantoro Wahono en andere broeders en zusters uit de kerk haar op de intensive care. Ze bemoedigden haar en baden voor haar.

Het patroon van Fennys sandalen is in haar voeten gebrandHet patroon van Fennys sandalen is in haar voeten gebrand


Ingebrand hennapatroon


Na haar ontslag uit het ziekenhuis, ontving Fenny gedurende enkele maanden twee keer per week fysiotherapie om weer kracht in haar handen te krijgen. Het genezingsproces is langzaam en pijnlijk. “Vervolging is ongemakkelijk, maar wat kan ik eraan doen?” zegt ze. “Ik moet doorgaan, ondanks alles wat er is gebeurd.”

In de loop van de maanden is Fenny’s huid harder geworden. Haar lichaam zit vol littekens. Het patroon van de sandalen die ze die dag droeg, zijn ingebrand in haar huid als een onuitwisbaar hennapatroon dat steeds weer herinnert aan die vreselijke dag. Fenny’s mobiliteit is afgenomen vanwege de kwetsbaarheid van haar gebarsten huid.
Fenny moest ook leren om van het gezicht vol littekens te houden, dat haar vanuit de spiegel aanstaart. Dat kostte tijd. Fenny geeft toe dat het moeilijk was om de schaamte voor haar misvorming te overwinnen.

"Ik werd depressief omdat ik dacht dat ik geen toekomst meer had"

Depressief


Naast alle pijnlijke lichamelijke ongemakken, verloor Fenny nog meer. Ze moest stoppen met het werk dat ze zo graag deed. Dat was verschrikkelijk nieuws voor haar. “Ik was administratiekracht bij een bouwbedrijf en werkte er al elf jaar”, vertelt ze. “Ik werd depressief omdat ik dacht dat er geen toekomst meer voor mij was.”
Daarnaast strijdt Fenny tegen angst en bezorgdheid, elke keer als ze haar huis verlaat. Toch heeft ze, ondanks alle pijn en verliezen die de aanslagen opleverden, gekozen om de daders te vergeven. “Ik ben geen vrouw die van woede houdt”, zegt ze zacht maar zelfverzekerd. “Ik ben een vrouw die graag alles aan God overgeeft en Hem alles voor mij laat regelen.”

Geen knuffels


Fenny heeft veel verloren op de catastrofale dag van 13 mei 2018. Ze moest de controle over elk aspect van haar leven opgeven. Ze is afhankelijk van anderen, met name van haar man Erry, om de dag door te komen. Ze heeft hulp nodig bij het baden en het aankleden en moet loszittende kleding dragen die niet vastplakt aan haar kwetsbare huid.

Fenny met haar dochter ClarissaFenny met haar dochter Clarissa


Het moeilijkste deel van de situatie is de noodzaak om lichamelijk contact te vermijden. Vanwege de pijn en kans op beschadigingen, kan Fenny haar man en dochter niet eens meer omhelzen. Clarissa’s knuffels kan ze niet meer ontvangen. “Het is … zo …. verdrietig”, zegt ze, elk woord benadrukkend met een knik en haar ogen gevuld met tranen.
Clarissa zit nu in groep zeven. De pijn van haar wonden is bijna verdwenen. Later wil ze dokter worden, zodat ze mensen zoals haar moeder kan helpen. Elke dag bidt ze voor haar moeder.  

Gods plan


Gedurende haar genezingsproces verschoof Fenny van de vraag ‘Waarom ik?’ naar ‘Waarom ben ik nog in leven?’ Een arts vertelde haar dat hij nog nooit iemand had gezien die zulke ernstige brandwonden had overleefd. Fenny vindt moed om zich meer naar buiten te begeven. Als ze merkt dat mensen naar haar brandwonden staren, stelt ze God zachtjes een nieuwe vraag: “Hoe kunt U mij in deze situatie gebruiken?”

Als mensen naar haar littekens vragen, vertelt ze gretig over Christus. Fenny verlangt ernaar dat Hij haar verhaal en pijn gebruikt voor de groei van Zijn Koninkrijk. “De eerste vraag die in mijn hart leefde, verdween, omdat sommigen mensen naar me toe zijn gekomen en zeiden dat ik tot zegen zal zijn”, zegt Fenny met een zelfbewuste glimlach. “Dat is Gods plan voor mij.”

Een zusterorganisatie van SDOK draagt bij aan de medische kosten van Fenny en anderen die gewond raakten bij de aanslagen in Indonesië.




Ds. Yonathan Biantoro WahonoDs. Yonathan Biantoro Wahono


"Als we God liefhebben, zijn we minder bang"



Dagen na de aanval riepen de leiders van de Surabaya Central Pentecostal Church hun leden op om het nieuws bekend te maken: “De gemeente komt zondag samen!” Voorganger Yonathan Biantoro Wahono vertelt: “Ik wilde de mensen aanmoedigen om de kerk niet te verlaten vanwege de aanslagen. We wilden daarnaast ook de liefde van God laten zien, want als we God liefhebben, zijn we minder bang voor de vervolging die plaatsvindt in ons leven.”

“Kerk is sterker door bom”


Politieagenten en militairen bewaakten de zondag na de aanslag de kerken in Surabaya. Gemeenteleden zetten grote tenten neer op de parkeerplaats van de kerk. Meer dan duizend mensen bezochten de twee samenkomsten om 06:00 uur en 15:00 uur die dag. Hoewel dat aantal slechts eenvijfde was van de vijfduizend mensen die normaalgesproken de vier samenkomsten op zondag bezoeken, was de gemeenschap geïnspireerd door de moed van trouw van de christenen.

Volgens voorganger Yonathan stonden veel moslimburen van de kerk buiten hun huis om te zien hoe de christenen de God van de Bijbel aanbaden.
“Onze moslimburen zeiden: ‘Als christenen te maken krijgen met problemen als deze, zijn ze niet bang. Ze blijven trouw aan God’,” vertelt Yonathan. “Een van de mannen die als parkeerwachter hielp, zei: ‘De kerk verrast mij. Nadat ze is gebombardeerd, is de kerk sterker.’

Gods wil is perfect


“God is nog steeds goed!” zegt pastor Yonathan met een lach. “We begrijpen de gebeurtenissen misschien niet, maar ik ben er zeker van dat God goed is en dat is belangrijk. Zijn wil is perfect voor ons. Wees niet boos tegen God, Hij is nog steeds goed.”

In zijn eerste preek na de bomaanslagen, sprak hij over Romeinen 8:28. En wij weten dat voor hen die God liefhebben, alle dingen meewerken ten goede, voor hen namelijk die overeenkomstig Zijn voornemen geroepen zijn.

“We moeten voor elkaar bidden. We moeten één blijven en elkaar bemoedigen. Het belangrijkste is dat we de mensen die ons dit hebben aangedaan, vergeven. We bidden voor hen, dat God hen de genade geeft om vergeving te vragen.”

De kerk is gerepareerd en er staat een barrière voor de ingang van het gebouw. De gemeente gaat door met samenkomen en met het liefhebben van moslims in hun buurt. Voorganger Yonathan is niet bang voor een nieuwe aanval. “De Grote Opdracht is onze taak”, zegt hij. “We moeten het Evangelie delen met anderen zodat zij ook gered worden.”

Gebedsvraag


Voorganger Yonathan vraagt om gebed voor genezing van zijn gemeenteleden, in het bijzonder voor degenen die een trauma opliepen. Hij vraagt ook te bidden dat zijn gemeente gebruikt blijft worden voor Gods glorie.
 
Wilt u ook bidden voor de nabestaanden en gewonden van de aanslagen op de twee andere kerken?

Stuur mij verhalen via de e-mail
Kies welk nieuws
Wat wilt u ontvangen?
Terug naar overzicht
Gratis verhalenmagazine

Gratis verhalenmagazine

Iedere twee maanden delen we unieke verhalen via ons gratis magazine.

Vraag gratis aan
32 keer geraakt