Gaan tot het uiterste

20-02-201849 x geraaktleestijd 4 min
Als ik sport, denk ik vaak aan vervolgde broeders en zusters die gevangen zitten. Dat zit zo. Mijn kickboksleraar geeft opdrachten: halve minuut situps, halve minuut benen scharen, halve minuut de schuine buikspieren trainen, halve minuut de beenspieren.

In het begin gaat het nog wel maar op een gegeven moment voel ik pijn. De leraar telt af, mijn lichaam wil opgeven maar ik nog niet. Terwijl ik mijn lijf het zware werk laat doen, stel ik me voor hoe het is als iemand je opdrachten geeft die je MOET uitvoeren.

In gedachten zie ik bijvoorbeeld broeder Bae, uit Noord-Korea. Hij zat gevangen.  “Dertien maanden lang was iedere dag precies hetzelfde. Om vijf uur opstaan. De vloer dweilen. Opruimen. Daarna moest ik zeventien uur lang bewegingloos in de kleermakerszit zitten met mijn handen op mijn knieën. Ik mocht zelfs mijn nek niet draaien of mijn rug niet strekken. Bewegen mocht absoluut niet, zelfs niet als je geprikt werd door een mug. Als je een krimp gaf, kreeg je al straf. De bewakers hielden ervan om vernederende martelingen te bedenken. Bijvoorbeeld een half uur met gebogen knieën staan, een volle bak water op je hoofd. Als je ook maar een druppel morste, werd je genadeloos met een stok geslagen.”

"De bewakers hielden ervan om vernederende martelingen te bedenken"


In Zuid-Korea zijn heel wat sporters bij elkaar die weten wat het is om het uiterste van hun lichaam te vragen. Ze zijn gewend om door hun pijngrens te gaan, om hun prestaties nog meer te verbeteren. Hun hele leven is erop ingericht om te gaan voor dat ene doel: die Olympische medaille.

Ze worden bejubeld en toegejuicht. Hun namen zijn gevestigd. Minder zichtbaar zijn de ‘prestaties’ van onze Noord-Koreaanse broeders en zusters. Zij zijn volop in de race. Ze willen niet opgeven. Alles doet pijn, maar ze gaan voor die ene prijs: de onvergankelijke krans.

Met kickboksen zal ik nooit de Spelen halen. En niemand dwingt mij om de pijnlijke oefeningen vol te houden. Maar ik voel me verbonden met onze broeders en zusters, in gevangenschap of vrijheid. Samen lopen we de wedloop. We bidden voor elkaar. We moedigen elkaar aan. Eens staan we naast elkaar, op een erepodium. De pijn is voorbij. Onze tranen worden gedroogd. We krijgen de krans op ons hoofd gezet. De krans die nooit vergaat.

Geschreven door Anneke, medewerker van SDOK
Wil je christenen zoals Bae steunen met een eenmalige gift (bijvoorbeeld 5 euro)?
Terug naar overzicht
49 keer geraakt