De vroege kerk: beschaafd vervolgen

16-07-2020
In het jaar 111 rees de vraag hoe je christenen 'beschaafd kon vervolgen'
enk je dat christenvervolgers allemaal onopgevoede bruten zijn? Sommigen zijn nette mensen die zich graag aan de wet houden. Een van hen was Plinius jr.

Plinius jr. was van 111-113 na Chr. gouverneur van de provincie Pontus. Plinius schreef veel met keizer Trajanus in Rome, bijvoorbeeld over hoe hij de christenen moest vervolgen. Hoe doe je zoiets op een beschaafde manier?  

"Wat voor wetsovertredingen moet ik precies straffen en onderzoeken, en in welke mate?" Plinius vroeg zich bijvoorbeeld af of hij ouderen anders moest behandelen dan jonge christenen. En, “moeten ze worden vervolgd enkel omdat ze christen heten, zelfs als ze de wet niet hebben overtreden?” En als iemand vroeger christen was maar zich nu berouwvol toonde, moest hem dan vergiffenis geschonken? Ook al had hij de misdaad begaan dat hij vroeger christen was?  

Plinius zat ook in zijn maag met anonieme aanklachten. Veel van de anoniem beschuldigden, ontkenden de misdaad en waren bereid wierrook te branden en wijn te plengen voor een beeld van keizer Trajanus, en dan werden ze verder niet vervolgd. “Ze vereerden allemaal uw beeld en de beelden van de goden en ze vervloekten Christus.”

“Degenen die volhouden, laat ik executeren”


Martelingen


Om te ontdekken wat die christenen echt geloofden, liet Plinius twee slavinnen (het waren diaconessen) martelen. Hij ontdekte alleen een ‘extreem bijgeloof’, maar verder geen misdaden. Toch hij was bezorgd. “De besmetting van dit bijgeloof is niet alleen naar de steden maar ook naar de dorpen en boerderijen verspreid.” De christenen deden niet mee met de erkenning van de staatsmacht in de publieke ruimte; ze waren een vreemde eend in de bijt en slecht voor de eenheid van de moderne samenleving.   

“Degenen die volhouden, laat ik executeren”, schreef Plinius. Dat vond hij heel redelijk, want “wat ook de aard van hun geloof is, koppigheid en een inflexibele obstinaatheid op zich verdienen al straf.”

Reactie van de keizer


In een brief prees Trajanus Plinius voor diens beleid. Hij vertelde hem expliciet dat hij voor de vervolging geen duidelijke regels kon vaststellen. Interessant is dat Trajanus zegt dat christenen niet moeten worden opgezocht, maar dat ze moeten gestraft als iemand ze aangeeft. Een vreemde benadering.

Mensen martelen en doden om hun geloof is prima, maar het moet wel juridisch correct gebeuren.   


Trajanus bevestigt dat christenen vrijuit gaan als ze berouw tonen door offers aan de goden te brengen. En anonieme aanklachten mogen in de strafvervolging geen plaats hebben. “Dat immers vormt een gevaarlijk precedent en staat haaks op de geest van onze tijd.”

Not done


Trajanus zegt zoiets als, ‘Op anonieme aanklachten ingaan is not done; wij zijn beschaafde, moderne mensen.’  Mensen martelen en doden om hun geloof is prima, maar het moet wel juridisch correct gebeuren.  

Geloofsvervolging is dus niet per se een kwestie van brute moordenaars, maar het kan evengoed uitgaan van burgers en ambtenaren die zichzelf als keurige wetsgetrouwe mensen beschouwen, en die menen dat christenen niet meer van deze tijd zijn.   

Waarvoor kiezen wij? Voor de geest van deze tijd, of gezien worden als koppig en inflexibel?  

 
Stuur mij verhalen via de e-mail
Terug naar overzicht