Als je man al vijftien jaar gevangen zit

13-06-2017
Kim* wiens man al vijftien jaar gevangen zit
In 2017 reisde Richard Groenenboom samen met cameraman Sham Ramsoebhag naar Vietnam om films te maken over vervolgde christenen. Hij vertelt over een ontmoeting met Kim*. Haar man zit al vijftien jaar in de gevangenis omdat hij christen is.

Twee uur vliegen vanuit de hoofdstad Hanoi brengt ons in het zuiden van Vietnam. Na de indrukwekkende ontmoetingen in het noordwestelijke berggebied, zijn we nu in Ho Chi Minh-stad. Het is een van de grootste en drukste steden van het land. De sterke vertegenwoordiging van westerse fastfoodketens en luxe winkels, geven het gevoel dat je in een vrij land bent. De gesprekken die we in deze stad hebben, zullen een andere werkelijkheid laten zien.

In het hotel bespreken we de ontmoetingen voor. David, een collega die voor een van de zusterorganisaties van SDOK werkt, geeft aan dat we erg voorzichtig moeten zijn. Hij vertelt dat we mensen gaan ontmoeten die door de overheid nauwlettend in de gaten worden gehouden. De interviews vinden daarom plaats in een safe house, een woning waar vervolgde christenen een veilige plek vinden.

Vermoeid
Als we de volgende ochtend naar het safe house rijden, wordt met klem gezegd om bij aankomst niet te treuzelen maar meteen het huis binnen te gaan. Hoe minder mensen van onze aanwezigheid weten, hoe beter. We volgen de instructie op. Vlak na binnenkomst ontmoeten we Kim*, een 43-jarige vrouw. Ze ziet er vermoeid uit. Het blijkt dat ze ’s nachts acht uur lang in de bus heeft gezeten om ons te ontmoeten. Ze woont in de Centrale Hooglanden, een gebied waar de situatie voor christenen erg moeilijk is. Hanh, de man van Kim, zit al 15 jaar in de gevangenis. Hij werd gearresteerd en veroordeeld tot 17 jaar cel omdat hij  zich samen met anderen inzette voor meer godsdienstvrijheid in Vietnam.

Vijf minuten
De plek waar Hanh gevangen zit, ligt zeventienhonderd kilometer buiten het dorp en het kost drie dagen reizen met de auto om er te komen. Daardoor kan Kim haar man maar weinig bezoeken. In het begin mocht ze haar man per bezoek maar vijf minuten spreken, nu maximaal een half uur. Drie jaar geleden heeft Kim haar man voor het laatst gezien. “Hij bemoedigde me om het geloof niet los te laten en tot God te blijven bidden.” De laatste jaren tobt Kim met haar gezondheid, mede vanwege het verdriet en de spanningen. God geeft haar kracht, hoewel er ook erg moeilijke momenten zijn.

De tijd dringt
Kim ervaart Gods zegen in de hulp die ze krijgt via de partnerorganisatie van SDOK. Hierdoor hoeft ze geen zwaar werk meer te verrichten op het land en kan ze haar 19-jarige zoon laten studeren. Aan het einde van het gesprek stokt haar stem en rollen de tranen over de wangen. “In maart belde Hanh onverwachts uit de gevangenis en vertelde dat hij zich ziek voelde. Ik zei dat ik voor hem bad.” Het gesprek raakt me diep en ik wil graag nog wat langere tijd met Kim doorbrengen, maar de tijd dringt. Kim moet weer snel naar huis. Als ze  te lang weg blijft, kan de politie vragen waar ze geweest is  en kunnen er grote problemen ontstaan. We bidden voor haar en nemen afscheid.

 *Naam om veiligheidsredenen gefingeerd
Terug naar overzicht