Preekschets Zondag voor de Vervolgde Kerk



Geloven doe je niet alleen. Gelukkig maar.

Want hoe waardevol is het om als leerlingen van Jezus Christus ook van elkaar te leren, voor elkaar te bidden en samen te danken. Om echt op elkaar betrokken te zijn, is het nodig dat je elkaar kent. Daarom is het zo belangrijk om te horen wat andere christenen – elders in de wereld – meemaken. Ik kom er steeds meer achter dat God Zijn kerk wereldwijd bouwt en in stand houdt. Ook op plekken waar geloof in God gevaarlijk is.

Vanuit dit besef zet ik me graag in om samen met SDOK materiaal aan te bieden dat geschikt is om in en rond de kerkdienst van de Zondag voor de Vervolgde Kerk op 30 mei te gebruiken, in de hoop dat we dankbaar onderstrepen: Geloven doe je niet alleen!


Ds. Henk Methorst


Download als Word-document
Of bekijk de schets hieronder


Bijbelgedeelte: Hand. 9 vers 1-9
Kerntekst: Hand. 9 vers 5
Thema: Wie is de sterkste?

Inleiding


Op de eerste zondag na Pinksteren staan steeds meer geloofsgemeenschappen stil bij christen-vervolging. Dat is meer dan nodig. Broeders en zusters in allerlei werelddelen lijden vanwege hun geloof in Jezus Christus, de Zoon van God. Als leden van het wereldwijde lichaam van Christus is het onze roeping om op elkaar betrokken te zijn. Als één lid lijdt, lijden alle leden mee (I Kor. 12:26).
SDOK wil aan predikanten en voorgangers toerusten door een handreiking te doen om tijdens de kerkdienst of samenkomst op de eerste zondag na Pinksteren het thema ‘christenvervolging’ voor het voetlicht te halen. Deze preekschets – met daarbij een aantal suggesties voor verdere invulling – is daarbij een hulpmiddel.


Verantwoording van het thema


De vraag wie de sterkste is, speelt op allerlei manieren in de samenleving, bijvoorbeeld bij maatschappelijke, politieke en economische vraagstukken, waar meerdere partijen bij betrokken zijn.
Ook vervolgde christenen worden meer dan eens met deze vraag geconfronteerd. Wie is de sterkste? De vervolger of de volgeling van Christus? In feite is er sprake van een strijd tussen de machten: Wie is de sterkste? Christus Die als Koning zal heersen, of de macht van de van vorst van de duisternis?
Handelingen 9 helpt ons om een antwoord op deze vraag te vinden en vormt tegelijk een prachtige illustratie bij de manier waarop het Evangelie van Jezus Christus een weg zoekt in de wereld.


Bijbels-theologische lijnen


In Hand. 9 lezen we over wat we meestal ‘de bekering van Paulus’ noemen. Ook in Hand. 22:3-16 en 26:4-18 schrijft Lukas, de auteur van de Handelingen der apostelen erover. De eerste keer is het de weergave van Lukas, de twee andere momenten is deze gebeurtenis opgetekend als uit de mond van Paulus. Overigens is wat Paulus hier meemaakt normatief noch exclusief. De Geest is vrij in Zijn manier van doen.
Wie Hand. 9 op zich in laat werken en in een breder perspectief plaatst, ontdekt dat er meer aan de hand is. Één van de bijbelse grondlijnen is immers de strijd tussen de machten: God, de HEERE, de Almachtige wordt tegengewerkt door de antimacht van satan.
Deze strijd komt op allerlei momenten in de Bijbel aan het licht. Daarbij is het op zijn minst opvallend en veelzeggend dat zowel het eerste als het laatste Bijbelboek nadrukkelijk de vinger legt bij deze strijd.

Na de schepping (die zeer goed is, vgl. Gen. 1:31) lezen we over de slang, die ons op het spoor van satan zet (Gen. 3:1). Satan bindt de strijd aan met het goede van God, met Zijn volgelingen en daarmee met God Zelf.
Het laatste bijbelboek (de Openbaring van Johannes) staat voor het overgrote deel in het teken van de overwinning van God op de kwade machten. De draak, de oude slang, dat is de duivel en de satan wordt gegrepen en in de afgrond geworpen (Openb. 20:1-3). Uiteindelijk wordt de satan geheel overwonnen en in de poel van vuur en zwavel geworpen (Openb. 20:7-10).

In de tussentijd – de tijd tussen schepping en wederkomst – is de strijd tussen de machten nog volop gaande. Op dat strijdtoneel blijven mensen niet buiten schot, maar zijn zij volop betrokken bij de strijd. Niet alleen de machten voeren de strijd, ook mensen worden geraakt. De Bijbel reikt hiervan talloze voorbeelden aan. In dat perspectief plaatsen we Handelingen 9, waar het gaat over ‘de bekering van Paulus’. Wie is de sterkste? De Schepper of de satan?

Verder is het bij de bespreking van Hand. 9:1-9 van belang oog te blijven houden voor de context waarin deze woorden staan. In de Handelingen van apostelen gaat het in elk geval om de weg die het Evangelie van Jezus Christus door de wereld gaat. In die zin is het een missionair getoonzet bijbelboek. Daarbij zien we niet alleen dat het Evangelie andere werelddelen bereikt, maar ook dat de Naam van Jezus doordringt tot in paleizen (Hand. 9:15). Door alles heen is duidelijk dat het Woord van God ongekend bereik krijgt en zich niet laat tegenhouden. Als we in Handelingen 9 over vervolging in de richting van Syrië lezen, is het goed om daarbij ook in het oog te houden dat we in Handelingen 8 lezen over een kamerheer die zijn weg met blijdschap vervolgt, naar het zuiden, in de richting van Ethiopië (Hand. 8:26-40).

Exegese vers voor vers


Vers 1
We leren Saulus kennen als iemand die dreiging en moord blaast. In het oudste Griekse denken waren emoties en adem sterk met elkaar verbonden. Dat kan deze manier van schrijven verklaren. Saulus is afkomstig uit Tarsus, een handelsstad in het huidige Turkije. Hij behoort tot de stam van Benjamin, evenals zijn naamgenoot, die koning was in Israël: Saul. Saulus is grondig onderwezen in de wetten van Israël, onder anderen door Gamaliël, een joodse leermeester van goede naam in Jeruzalem. In het spoor van deze leermeester uit de Farizeeën ageert Saulus tegen de volgelingen van Jezus Christus, Die de Zoon van God zegt te zijn. Het houden van de wet brengt verlossing, niet het sterven van deze Jezus van Nazareth. Wie in deze Jezus de Messias ziet, lastert God. De sfeer is grimmig in Handelingen 9, de kille wind van vervolging waait.

Vers 2
Gedurende een paar decennia heeft het christendom zich als een olievlek verspreid, in elk geval tot in Damascus. Het is de eerste stad buiten het land Israël waarvan we lezen dat er mensen van de Weg (christenen) wonen. Het zou goed kunnen dat het een kleine gemeenschap was (hoewel er in dit tijd een grote joodse gemeenschap in Damascus was). Paulus hoopt er ‘enigen te vinden’ die van de Weg zijn.
Saulus vraagt brieven van de (gezaghebbende) hogepriester in Jeruzalem, waarschijnlijk om die vervolgens te overhandigen aan de Romeinse overheid in Damascus. Wellicht was er in deze brieven één en ander te lezen over het recht om de uit het land Israël weggevluchte misdadigers (hier: vanwege godslastering) conform de joodse wet te straffen. Zo krijgt hij hopelijk ruim baan om christenen te vervolgen. Daarbij is het niet Saulus’ bedoeling zelf christenen te vermoorden, maar om hen gevangen te nemen en uit te leveren aan de overpriesters (vgl. Hand. 22:4 en 26:10). Saulus is een instrument, een pion op het speelbord. Later noemt Paulus zichzelf een vervolger van de gemeente van God (vgl. o.a. I Kor. 15:9 en Gal. 1:13-14). Evenals in Handelingen 8:3 is het in Handelingen 9 Saulus die in actie komt. Lukas legt de vinger overduidelijk bij Saulus’ fanatisme.

Christenen werden vaker ‘mensen van de Weg’ genoemd (vgl. bijv. Hand. 19:9, 24:14) of ook wel de Weg van de Heere (Hand. 18:25) of de Weg van God (Hand. 18:26). Christus zei overigens Zelf: ‘Ik ben de Weg, de Waarheid en het Leven (Joh. 14:6).

Vers 3
Terwijl Saulus onderweg is omschijnt hem plotseling een licht. Het heeft alles weg van een epifanie, een moment dat God Zich openbaart en verschijnt (vgl. Matt. 17:5). Het heeft ook iets weg van wat we lezen in Lukas 2:9. Hemelse heerlijkheid omstraalt hem. Het hemelrijk komt de aarde binnen. Tegelijk is het voor Saulus een roadblock op het pad dat hij vol ijver en woede ging. Opvallend is het gegeven dat Saulus bijna bij Damascus is. Saulus is er bijna, de spanning stijgt. Hoewel Saulus blijkbaar veel ruimte krijgt, grijpt God uiteindelijk in. De boodschap is helder: God kan iedereen bereiken!

Vers 4
Het licht dat verschijnt is dermate intens en indrukwekkend dat Saulus op de grond valt. Waar God Zich laat zien, gebeurt dat vaker (vgl. Openb. 1:17). Naast het indrukkende licht is er een indringende stem die Saulus twee keer bij zijn naam roept. Het tweemaal roepen van de naam duidt in de Bijbel vaker op intense emotie (vgl. bijv. Gen. 22:11, 2 Sam. 19:4, Luk. 10:41).  Daarnaast is het onmiskenbaar: Jezus heeft Saulus op het oog. Strikt persoonlijk en onvermijdelijk. Op deze aanspraak volgt een vraag, die we ook als verwijt kunnen lezen.
Jezus – Die hier verschijnt – vraagt aan Saulus waarom hij Hem vervolgt. Dat is opvallend; wie ‘mensen van de Weg’ vervolgt, vervolgt kennelijk Jezus. De gelovigen vormen immers het lichaam van Christus (I Kor. 12:26)! Wat Christus ten deel viel, zal ook Zijn volgelingen overkomen (vgl. Joh. 15:20). Jezus ziet Saulus kennelijk als Zijn persoonlijke vervolger.
Samenvattend komen hier twee dingen aan het licht: Jezus Christus is de Levende. En: Wie Zijn volgelingen vervolgt, vervolgt Hém.

Vers 5
Hoewel Saulus het zich niet realiseert, ziet hij de volle glorie van de levende Christus. Het brengt hem in verwarring. Als Saulus vervolgens ‘Heere’ zegt, is dat hier een algemeen aanduiding om respect te tonen, dus geen christelijke geloofsbelijdenis. Op de vraag van Saulus laat Jezus onomwonden weten Wie Hij is: Jezus, die hij vervolgt. De Gekruisigde kruist als de Levende de levensweg van Paulus. Meer nog: Hij geeft het leven van Saulus een beslissende wending: van vervolger naar volgeling. Hoewel de hemel Hem in het volle licht zet, is het leven voor Saulus ineens zwart als de nacht.

Vers 6
Paulus is gevallen, maar niet voor altijd. Jezus roept hem toe: ‘Sta op!’. Hij die Jezus voor dood hield, wordt door de opgestane weer in de benen geholpen. Jezus geeft Saulus de opdracht om naar Damascus te gaan. Wellicht zouden we een oordeel of een verwijt van Zijn kan verwachten, maar daar is geen sprake van. In Damascus zal Saulus vervolgens horen wat hij moet doen. Heel duidelijk komt hier aan het licht dat Christus de leiding heeft. Hij zoekt zondaren, zelfs als ze Hem vervolgen op en zet hen stil. Christus zet de eerste stap, zoals Hij dat altijd al deed, ook (bijv.) bij de roeping van de discipelen, zoals we die tegenkomen in de evangeliën. Wij volgen Hem slechts op Zijn roep.

Verder denkend op dit spoor zouden we kunnen zeggen dat er reden is om ons min of meer te identificeren met Saulus. In zekere zin is onze levensweg een route naar Damascus. We staan niet automatisch voorgesorteerd op het doen van de wil van God. Op die route is er ineens een roadblock. We worden stilgezet door Jezus Zelf, Die Zich aan ons laat zien. Daar stopt het bij Saulus niet. Uiteindelijk wordt hij van vervolger volgeling: een uitverkoren instrument in de hand van God (Hand. 9:15).

Vers 7
Ineens komen de omstanders, de mannen die bij Saulus zijn, in beeld. Hun ervaring is anders dan die van Saulus: zij horen wél de stem, maar zien niemand. Wellicht is bedoeld dat zij het licht wel zagen en de stem wel hoorden, maar er niets van begrepen.

Vers 8
Uiteindelijk staat Saulus op van de grond en doet zijn ogen open. Evenals de omstanders in vers 7 ziet ook hij nu niemand. Sommige uitleggers leggen hier een verband met Luk. 1:22 waar de engel Gabriël aan Zacharias verschijnt. Ook die verschijning heeft gevolgen: Zacharias kan niet meer spreken.
Hoewel Saulus weer op eigen benen staat en zijn ogen geopend zijn, ziet hij niets. Lukas interpreteert deze blindheid verder niet. De fanatieke vervolger van mensen van de Weg wordt nu als een kind bij de hand genomen. Zo krachtig interrumpeert de Levende het leven van Saulus. De dreigende vervolger wordt als een afhankelijk kind.

Vers 9
De blindheid van Saulus duurt drie dagen. Al die tijd eet en drinkt hij niet. Het heeft er alle schijn van dat hij deze dagen vastend doorbrengt. De kerkvader Tertullianus legt hier een verband met de voorbereiding op de doop van Saulus, maar daar is geen duidelijk argument voor. Wat in het tekstverband wél duidelijk wordt, is dat Saulus deze dagen biddend doorbrengt (Hand. 9:11).


Preekschets


Het is van alle tijden dat God mensenlevens onderbreekt en mensen stilzet, omkeert en op Hem gericht laat zijn. We komen dat tegen bij Saulus in Handelingen 9. Deze geschiedenis is met talloze actuele verhalen te illustreren. Op deze zondag is het waardevol om de verkondiging met zo’n verhaal te beginnen. Het levensverhaal van Zakhira (uit: Esther Ahmad, Voorbij de jihad, uitg. Brevier, 2019) is hiervoor uitstekend bruikbaar.

De kern van de preek kan – na de introductie met een illustrerend verhaal – uit twee delen bestaan: antimacht en tegenkracht. Daarbij brengt de antimacht ons bij Saulus en de tegenkracht bij Jezus. Aan het slot van de preek mag nadrukkelijk naar voren komen wie de sterkste is. Die vraag hangt immers als thema boven de preek. In deze preekschets wordt slechts een mogelijke hoofdlijn weergegeven. Voor de uitwerking verwijs ik naar de beknopte exegese die ik hierboven gaf en verwijs ik graag naar commentaren, waarvan ik er hieronder drie noem.

Antimacht
Saulus is onderweg, vanuit Jeruzalem naar Damascus, met als doel volgelingen van Jezus gevangen te nemen en uit te leveren aan de overpriesters in Jeruzalem. Hij meent daarin in het spoor van de God van Israël te handelen. Blazend van dreiging gaat hij zijn weg, met brieven van de hogepriester op zak.
De antimacht lijkt overweldigend en geladen met emotie. Het blazen van dreiging en moord wijst daarop. Fanatiek en vol vuur gaat Saulus zijn weg. Vergelijk ook Hand. 8:3. Daarnaast is het niet vreemd om achter het blazen van Saulus de mensenmoordenaar die er vanaf het begin is te zien: de macht van satan die eropuit is de gemeente van Christus te overweldigen en te verwoesten.
Denkend in het spoor van Saulus kan het ook ons vandaag overkomen dat we menen het goede voor God te doen. Het is veelzeggend dat Saulus hier zijn weg zonder Jezus gaat. Zou daar niet het geheim liggen van het goede doen voor God? Gaan in het spoor van Jezus is uiteindelijk van cruciaal belang.

Tegenkracht
Onderweg naar Damascus wordt Saulus ongedacht verrast. Een licht omschijnt hem. Het heeft alles weg van een theofanie. God komt hem tegen. Saulus valt op de grond. Van een paard of rijdier is hier overigens geen sprake. Het valt op dat Saulus al dicht bij Damascus is. God wacht lang met Zijn ingrijpen. Dat kan voor ons een levensles zijn. Soms krijgt de antimacht veel speelruimte.

Waar het licht verschijnt, blijkt in Hand. 9 dat het Jezus is Die het leven van Saulus binnenkomt. Hier zijn de volgende dingen van belang:
-
Het enige dat er voor Saulus overblijft, is het stellen van vragen: ‘Wie bent U, Heere?’ en ‘Heere, wat wilt U
dat ik doen zal?’ De eerste vraag kleurt de ontreddering van Saulus, de tweede vraag de volledige onderwerping van Saulus.
-
Het antwoord vanuit het licht: ‘Ik ben Jezus, die u vervolgt’.
o
Blijkbaar is Jezus de Levende. Dat moet voor Paulus een enorme ontdekking zijn.
o
Wie christenen vervolgt, vervolgt Christus. De leden van het lichaam vormen met het Hoofd een eenheid.
o
Ik ben (egoo eimi) met nadruk: Ik ben! Christus zegt hier onomwonden Wie Hij is. Zoals Hij dat vaker deed,
onder meer in het Johannesevangelie bij de zgn. ‘Ik ben-woorden’.
-
Op de tweede vraag van Saulus blijkt dat Jezus duidelijk de leiding neemt. De Levende zegt: ‘Sta op!’ De
Opgestane neemt mensen mee in Zijn opstanding en geeft hun leven een nieuwe richting. Het bevel om op te staan gaat vergezeld van een belofte voor de (nabije) toekomst: u zal verteld worden wat u moet doen. Anderen (lees: de gemeente) worden ingeschakeld om Saulus op weg te helpen. Uiteindelijk wordt Saulus ingeschakeld als instrument (Hand. 9:15) om Christus te verkondigen (Hand. 9:20).

Als er één ding uit Hand. 9 duidelijk wordt, is dit het wel: Golgotha heeft niet het laatste woord. Het kruis is geen eindstation, maar een tussenstation. Op Goede Vrijdag volgt Pasen. De Gekruisigde is de Opgestane die als de Levende aan mensen verschijnt en hun leven radicaal verandert.
Daarbij is glashelder wie hier de leiding heeft en het initiatief neemt: Jezus Christus. Saulus valt binnen Zijn bereik, wordt door Hem gevonden en geeft gehoor aan de woorden van Hogerhand die Jezus tot hem spreekt.

Tallozen in alle tijden hebben hun eigen Damascusweg. We denken aan vervolgers vandaag, maar ook aan alle anderen die zonder Jezus hun weg gaan. Ineens kan dit gedeelte ook over hen, ook over onszelf gaan. Ongedacht en verrassend blokkeert Jezus de Damascusweg. Hij roept ons toe: sta op! De pastorale toon in de verkondiging mag hier een belangrijke plaats innemen.

Wie is de sterkste? De antimacht of de tegenkracht? Saulus of Christus? Het is glashelder: tegen de antikracht van Saulus – waarachter we de macht van satan zien – is niet opgewassen tegen de tegenkracht van de Levende Christus. Hij heeft het laatste woord. In de Naam van Christus zal elke knie zich buigen en elke tong zal belijden dat Jezus Christus de Heere is, tot heerlijkheid van God de Vader (Filipp. 2:10-11).

Lijnen naar vervolgde christenen
Kies een of twee van de onderstaande verhalen als voorbeeld in de preek. Hoe kijken we naar mensen als Abu, Walid, Mustafa, Abdul en Esther die christenen vervolgden? Kijken we met de ogen van Jezus naar mensen die we als vijanden zien van het Evangelie?
Jezus riep Paulus onderweg naar Damascus, uit liefde. Voor ons is het vaak lastig om eenzelfde houding aan te nemen. Hoe kijken we bijvoorbeeld naar moslims of naar atheïsten? Beschouwen we hen als vijand of zien we mensen die Jezus nodig hebben. Hoe gaan we met hen om?

Liedsuggesties
Psalm 25 vers 2 en 6
Psalm 146 vers 1 en 6
Psalm 86 vers 6
OTH 286/WK 267 Neem mijn leven, laat het Heer
OTH 276/WK 441 Heer, wijs mij Uw weg
WK 75 Wij zingen, Vader, U ter eer
WK 256 Ontwaak nu, wie slaapt, zo spreekt God van Zijn troon

Gebedspunten
Dank God dat Hij ook vijanden van het Evangelie redt.
Bid voor mensen die vijandig staan ten opzichte van het Evangelie, dat ze Gods liefde ontdekken en Hem gaan volgen.
Bid dat we als christenen liefdevol en geduldig zijn in het omgaan met mensen die vijandig reageren.

Literatuur
-
dr. John van Eck, Handelingen, de wereld in het geding (serie: commentaar Nieuwe Testament), Kampen
2003.
-
Darrell L. Bock, Acts (serie: Baker Exegetical Commentary on the New Testament), Grand Rapids 2007.
-
R. Kent Hughes, Acts, the church afire (serie: Preaching the Word), Illinois 1996.


Download als Word-document
Of ga terug naar het overzicht