JavaScript is uitgeschakeld, waardoor deze website niet goed functioneert. Schakel JavaScript in om de site correct te laten werken.
Steun met jouw gift
Jouw gift maakt impact
Wat doe je als je er helemaal doorheen zit? Als je maandenlang hebt gebeden, maar de situatie niet verandert — en de pijn alleen maar toeneemt? Bidden is goed. De Bijbel laat zien dat er soms een andere weg is dan alleen voorbede. Ruth en Aurelio leerden die weg, midden in een van de zwaarste situaties die je je kunt voorstellen.
Ze werken als voorgangers in een gebied in Mexico waar drugskartels en guerrillagroepen actief zijn, en waar veel weerstand is tegen het Evangelie. Ze zijn ontvoerd. Ze rijden altijd alert, met één oog op de weg om hen heen. En toch: ze gaan door. Want ze zijn ervan overtuigd dat God hen geroepen heeft.
Niet alle tegenstand is zwart-wit. Er is de zichtbare weerstand — ontvoering, intimidatie, gevaar op straat. Maar er is ook wat Paulus beschrijft als de strijd “niet tegen vlees en bloed, maar tegen machten en overheden”. Ruth en Aurelio kennen die strijd van binnenuit.
Toen hun zoontje Isaac werd geboren — het kind waarvan ze hadden gedroomd — bleek hij een ernstige hartafwijking te hebben en een scheve voet. Ruth leed maandenlang aan pijnlijke bulten over haar hele lichaam. Aurelio vocht door een zware corona-infectie heen. En dit alles terwijl ze probeerden het Evangelie te brengen op plekken waar het nog nooit was verkondigd.
“Ik zat er helemaal doorheen”, zegt Ruth. “Ik wist niet meer hoe ik verder moest.”
Op een ochtend, na meer dan een jaar van smeken, nam Ruth een besluit. Ze zei tegen God: “Vandaag vraag ik niet meer om genezing. Vandaag zal ik U alleen aanbidden en prijzen.”
Ze pakte Isaac vast — die nog steeds huilde — en begon te zingen. De pijn in haar lichaam werd eerst erger. Er klonk een gedachte in haar hoofd: stop met zingen, ga weer smeken. Maar ze wist: dit is niet van God. Ze bleef zingen.
En toen gebeurde er iets. De pijn verdween. Isaac stopte met huilen. Er daalde een diepe rust neer over het huis.
Op datzelfde moment, kilometers verderop, veranderde Aurelio zijn preek. Zonder dat hij wist wat er thuis speelde, voelde hij: verander je boodschap. Roep de mensen op om God te aanbidden. De kerk brak open. Vijanden verzoenden zich. Echtparen omhelsden elkaar huilend.
Dit verhaal is geen recept. Ruth deelt het niet als: zing een lied en je problemen zijn opgelost. Aanbidding is iets wat je leert — in gehoorzaamheid, ook als je er geen zin in hebt. Zoals Paulus schrijft in zijn brief aan de Filippenzen: verblijdt u ten allen tijde. Niet als gevoel, maar als geloofsuitspraak.
Richard Groenenboom verwoordt het zo:
God troont op de lofzang van Israël. In het Hebreeuws staat er: God zit in de lofzang. Er gebeurt echt iets als wij hem loven en prijzen.
Psalm 22, Paulus en Silas in de gevangenis, de muren van Jericho — de rode lijn in de Bijbel is opvallend: God beantwoordt lofprijzing op een bijzondere manier. Niet als beloning voor de discipline, maar als geschenk voor wie hem vertrouwt.
Isaacs voet genas door gebed. De huidaandoening van Ruth verdween die dag. De kinderarts raakte ontroerd door hun verhaal en werd zelf christen. En de dochter van Ruth, die in Schotland woonde, voelde op exact diezelfde dag de roeping om terug te keren naar Mexico.
Maar misschien is de diepste les niet het wonder. Het is wat Ruth daarna zei:
Ik besefte dat ik vanaf het begin meer aan God had gevraagd dan dat ik Hem had aanbeden. Dat is veranderd.
Aanbidding is geen strategie om iets te krijgen. Het is leren zien wie God al is — en Hem daarvoor loven, ongeacht de omstandigheden.
Luister naar de volledige aflevering op www.sdok.nl/podcast-de-stem/
Ontvang 1x per maand een inspirerend verhaal.