JavaScript is uitgeschakeld, waardoor deze website niet goed functioneert. Schakel JavaScript in om de site correct te laten werken.
Steun met jouw gift
Jouw gift maakt impact
De laptop staat opengeklapt op de tafel. ‘Cho’ staart naar de plek op het scherm waar vijf minuten daarvoor nog het gezicht van een van zijn collega-voorgangers te zien was. “We waren met elkaar aan het bidden via Zoom, en één voor één werden mensen uit de online vergadering gearresteerd.” Cho’s telefoon trilt. Hij leest één regel: Vertrek nu. Hij staat op en zoekt zijn koffer.
Het is 9 oktober 2025. Na jarenlange intimidatie en kortdurende opsluitingen valt de Chinese overheid de ongeregistreerde huiskerk Zion Church binnen. Meer dan dertig voorgangers en kerkelijk werkers worden binnen enkele dagen opgepakt. Op dringend advies van collega’s vertrekt voorganger Cho halsoverkop naar het buitenland.
Zes maanden later ontmoet ik de gedrongen veertiger in een kleine kantoorruimte in de in de Zuid-Koreaanse miljoenenstad Seoul. We zitten aan een lange maar smalle houten tafel, in het huis van een van onze partners. Cho oogt wat gespannen voor het gesprek met de onbekende westerling. Naast hem zit de iets langere Yang. Deze collega-voorganger was tijdens de inval bij de Zion Church ‘toevallig’ in Zuid-Korea. Toen de politie Yang tijdens de jacht op Zion-voorgangers niet thuis trof, werd zijn vrouw gearresteerd. “Onze twee kinderen van twee en drie jaar wonen nu bij mijn schoonouders,” vertelt Yang, met een verdrietige glimlach die steeds tevoorschijn komt bij de herinneringen.
“Mijn vrouw zit nu een half jaar gevangen, ik heb haar al die tijd niet gesproken. Maar naast de pijn zie ik ook Gods hand. Het is alsof we door God zijn uitgekozen om iets voor Hem te doen – alsof we onderdeel zijn van een plan.” Hij verwijst naar de rol die beide voorgangers van Zion Church op dit moment hebben. Dagelijks leiden ze een online-dienst met enkele duizenden live-deelnemers. Nog eens duizenden gemeenteleden in China bekijken de streams later op de dag.
Aan het begin van dit millennium lijkt het er even op dat de vrijheid voor christenen in China zou toenemen. Niet-geregistreerde huiskerken komen openlijk samen in grote kerkgebouwen – evangelisatie wordt, afhankelijk van de regio – steeds meer gedoogd. Kleine, geheime kerken groeiden en veranderen in zichtbare gemeenten met grote kruisen op de daken. Dit verandert als de huidige president Xi Jinping in 2018 bestaande wetgeving strakker begint te handhaven. Dit is onderdeel van de zogenoemde sinificatie van het christendom – de wens om het christelijke geloof ‘Chinees’ of communistisch te maken. Deze verandering in beleid wordt zichtbaar in de enige toegestane kerk in China, de DrieZelfkerk. De ene wet volgt de andere op.
“De overheid droeg de kerkleiders eerst op om bewakingscamera’s te installeren in kerken. Daarna om kinderen onder de achttien niet meer toe te laten. Als je dan weigert, kun je geen leider meer zijn en geen diensten meer houden.” Yang ziet veel collega’s uit de staatskerken meebewegen met de overheid. “Het lijkt alsof je je kerk zo draaiend kunt houden, maar er komen steeds meer eisen: je zondagse preek moet aansluiten bij thema’s van de overheid, de Communistische Partij en de uitspraken van president Xi Jinping.”
De Zion Church – in die tijd een groot en invloedrijk netwerk van huiskerken met een eigen gebouw – weigert mee te gaan in dit proces. Het kerkgebouw wordt gesloten en invallen en arrestaties komen steeds vaker voor. Yang herinnert zich zijn eerste arrestatie. “Het was mijn eerste zondag als voorganger. Ik preekte in het westelijke deel van Beijing. Op die dag kwam de politie binnenvallen. Ze namen me mee en brachten mij naar het politiebureau.”
Hierna volgen meer arrestaties, waarbij hij vaak dezelfde avond of een paar dagen later vrij wordt gelaten. “We zagen deze invallen en intimidaties als iets normaals, iets dat erbij hoort. Ik denk zelfs dat het een essentieel onderdeel van het volgen van Jezus is voor christenen in China: als je geen vervolging meemaakt, dan ben je nog niet echt getest.” Schijnbaar laconiek vertelt Yang over de verhoren en de tijd in de gevangenis, die hij gek genoeg enorm waardeerde: “Het deed mij denken aan de retraites tijdens mijn studie: er was volop tijd voor stilte, gebed en Bijbelstudie. Nadat ik aan mijn bediening begon, leek het alsof ik nooit kon stoppen — altijd zoveel dingen en verzoeken van buitenaf. In de gevangenis kwam ik weer tot rust.”
Anders dan zijn collega heeft Cho een hekel aan de verhoren. “Ik vond het vreselijk om de politiebeambten onder ogen te komen. Hun methode is heel dubbelhartig — aan de ene kant lachen en vriendelijk praten, aan de andere kant dreigen en aanvallen. Het schudt je emotioneel door elkaar. Maar hoe goed ik me ook voorbereid, ik denk steeds aan wat de Bijbel zegt: de Heilige Geest zal je leiden in wat je moet zeggen. Met die instelling ga ik er altijd heen. Het is gespannen en beangstigend, maar het is een situatie die ik onder ogen moet zien.
In 2018 wil de overheid dertig beveiligingscamera’s plaatsen in en rondom het hoofdgebouw van de Zion Church. De kerk weigert, waarna het gebouw wordt gesloten en alle eigendommen in beslag worden genomen. Cho: “We begonnen met een combinatie van zowel online als offline erediensten. Van de vier weken per maand waren twee weken offline en twee weken online. Onze offline samenkomsten hielden we in restaurants of koffiezaken. Ik was altijd zenuwachtig wanneer we elkaar ontmoetten. Ik nam mijn telefoon bewust niet mee — alleen mijn Bijbel. Ik preekte met de verwachting dat de autoriteiten op elk moment binnen konden komen. We aanbaden God met bonzende harten, maar de Bijbel zegt dat we het samenkomen niet moeten nalaten.”
Naast de pogingen van de overheid om fysieke samenkomsten te voorkomen, worden ook online samenkomsten gemonitord. “Op een dag kwamen er plotseling zo’n dertig agenten van de openbare veiligheid naar mijn huis. Ik was de online samenkomst aan het leiden toen ze op de deur klopten. Ik zei snel via de verbinding: ‘De politie is er, bid alsjeblieft voor me,’ en schakelde het uit. Ze namen me mee naar het politiebureau. Acht uur lang zat ik op een kleine metalen stoel terwijl ze me ondervroegen. Maar het was een troost om te weten dat gemeenteleden samen voor me baden.”
Het kat-en-muis-spel tussen de Chinese overheid en de Zion Church gaat een nieuwe fase in op 9 oktober 2025. Plotseling worden meerdere voorgangers tegelijk opgepakt. Er wordt een digitale vergadering belegd – om elkaar te informeren en samen te bidden. “Alle voorgangers en evangelisten van de Zion Church waren samen online. We baden en wachtten. We hielden de lijn open. We waren met elkaar aan het bidden, en één voor één werden mensen gearresteerd.”
Cho herinnert zich deze dag nog goed. “Ik bracht belangrijke documenten van de kerk naar het huis van een diaken, ik verwachtte dat ze ook naar mijn huis zouden komen.” Cho weet niet goed wat hij moet doen. Dan krijgt hij een bericht van een medevoorganger: ‘Ga snel weg. Vertrekken is niet vluchten — het is de kerk helpen.’ We hadden als leiders elkaar beloofd om tot het einde samen te blijven, maar hij drong er nu op aan dat ik zou vertrekken.
De logica achter het advies was dat er voorgangers en leiders over moesten blijven om Zion Church online leiding te geven. “Mijn hart wilde in China blijven en samen met de gemeenteleden standhouden. Ik heb uiteindelijk geluisterd naar het advies en ik ben gegaan.”
Op het moment van de inval was Yang in Zuid-Korea. Op afstand is hij, net als Cho, getuige van de gebeurtenissen. “Ik hoorde dat mijn vrouw ook was gearresteerd. Ik dacht: ‘Misschien moet ik teruggaan, want mijn vrouw zit vast.’ De volgende dag ontdekte ik dat er meer voorgangers waren gearresteerd, niet alleen in Beijing, maar op tientallen plaatsen tegelijk in heel China.”
Yang besluit om voorlopig te blijven. Die zondag is hij aan de beurt om de online kerkdienst te leiden. Dit doet hij vanuit een hotelkamer in Zuid-Korea. “Ik had niet veel tijd om mijn gevoelens te verwerken. Ik preekte over de martelaar Stefanus en vertelde over het woord ‘martelaar’, dat eigenlijk ‘getuige’ betekent. Dit had ik al voorbereid voordat alles gebeurde.”
We kijken opzij. Naast de tafel in de kamer waar we Cho en Yang spreken, hangen aan een antracietkleurige wand zilveren naamplaatjes, soms met een getekend portret. Het is de wall of martyrs, de muur van de martelaren. Het begin met namen van martelaren uit het begin van de kerkgeschiedenis: Stefanus, Perpetua. Er hangen ook recente voorbeelden zoals de Chinese Li Baiguang die onder verdachte omstandigheden om het leven kwam.
Yang glimlacht. “Ik heb er altijd naar verlangd om een martelaar te zijn.” Ik ben even van slag en vraag of ik het goed heb verstaan. Hij knikt en zijn lach wordt groter. “Sterven voor Jezus zou een grote eer zijn. Wij worden als Chinezen getraind om een martelaar te zijn: je leven te geven voor je land. Toen ik christen werd, ontstond er een verlangen om mijn leven te geven voor God. Als ik eerlijk ben, wist ik toen nog niet wat het betekende. Ik bedoel, als martelaarschap alleen betekent dat je je leven verliest, is het op een bepaalde manier eenvoudig. Maar als martelaarschap over je hele leven gaat, als het betekent dat je jezelf verloochent, dat je je wil, je geliefden opgeeft, dan is het wat anders. Dat gaat dieper.”
Weer zwijgt Yang even, alsof hij naar de juiste woorden zoekt. “Ik ben niet samen met mijn vrouw en mijn kinderen. Dat doet pijn. Dit komt soms terug in mijn dromen. Vanmorgen droomde ik over mijn zoons. Soms droom ik over mijn vrouw, dan word ik wakker met een diep verlangen naar hun liefde en nabijheid.”
Cho herkent de pijn van het martelaarschap waar Yang op doelt. Zijn vrouw – kinderen heeft het stel niet – woont nog in China. “In het begin verwachtte dat ik na een maand terug naar huis zou kunnen. Maar de maand ging voorbij en er veranderde niets. Ik was teleurgesteld, maar toen dacht ik: misschien heeft God een ander doel met mij. Aangezien mijn bediening toch vooral vanuit mijn kamer gebeurt, voelt Korea of China hetzelfde. Pas als ik naar buiten ga en Koreaanse borden zie, besef ik dat ik in Korea ben.
In het begin huilde mijn vrouw veel. Ik was ook down. Maar dat veranderde langzaam, naarmate het duidelijker voor mij werd dat God een missie voor me heeft. Ik begon te beseffen: God gebruikt mij als brug; ik kan de Chinese kerk eigenlijk beter dienen vanaf hier.” Dit proces brengt Cho tot overgave. “Ik voelde mij als Jozef in Egypte. Ik wilde liever niet in Zuid-Korea zijn. Maar terwijl ik Jozefs leven bestudeerde, ontdekte ik dat God hem juist in Egypte voorspoedig maakte. Dat heeft mijn houding veranderd. Terug naar huis gaan is niet langer mijn grootste verlangen, ik wil Hem dienen daar waar Hij mij plaatst – en vandaag is dat hier, in Zuid-Korea.”
SDOK staat naast Chinese christenen. Bijvoorbeeld door voorgangers toe te rusten, door gezinnen van gevangenen te ondersteunen, door geïsoleerde christenen te helpen om te groeien in hun geloof. Help jij mee?
Doneer
Ontvang 1x per maand een inspirerend verhaal.