De vroege kerk: gewillig naar de brandstapel

16-07-2020
Polycarpus vroeg tijdens zijn arrestatie: "Mag ik nog één uur om te bidden?"
“Ik ben 86 jaar lang zijn dienstknecht geweest, en Hij heeft me geen kwaad gedaan. Hoe kan ik de Koning lasteren die mij gered heeft?” Dat was het antwoord van Polycarpus toen die onder druk werd gezet om zijn leven te redden door een offer aan de Romeinse keizer te brengen.  

Polycarpus was resoluut en verkoos de dood boven meedoen aan afgoderij. Hij werd leven verbrand op 22 of 23 februari, waarschijnlijk in het jaar 156. De locatie: Smyrna, nu Izmir in Turkije.  

We bezitten een gedetailleerd verslag van de arrestatie en de veroordeling van Polycarpus, dankzij de kerk in Smyrna die een verslag schreef omdat andere kerken in de regio zich afvroegen hoe het was afgelopen met hun geliefde kerkleider Polycarpus. Hier lees je dit verslag in het engels.
 

Mag ik nog een uur bidden?  



In en rond Smyrna vonden vervolgingen plaats. Polycarpus wil niet vluchten, maar was tenslotte onder druk van gemeenteleden bereid naar een boerderij buiten Smyrna te gaan. Daar bad hij dag en nacht. Polycarpus werd verraden en opgepakt. Hij zette de politielui een goede maaltijd voor en vroeg een uur om te bidden. In dit gebed noemde hij alle mensen die hij ooit had ontmoet, en alle kerken ter wereld.  

“Wees sterk, Polycarpus, en gedraag je als een man!"


Polycarpus werd vervolgens op een ezel de stad in gebracht. De vraag die Herodes aan hem stelde: ‘wat is er verkeerd om te zeggen dat Caesar heer is’ en te offeren en zo te worden gered’? Ze konden hem echter niet overtuigen, en brachten hem het stadion van de stad in.  

Bemoediging uit de menigte



Polycarpus hoorde in het stadion een stem: “Wees sterk, Polycarpus, en gedraag je als een man!” De proconsul probeerde hem te overtuigen om zijn leven te redden: “Zweer bij de genius van Caesar, verander van gedachten, en zeg ‘weg met de atheïsten’... Leg de eed af en ik zal je laten gaan; veracht Christus.”

Daar ging het dus om. De houding van de christenen jegens de keizer (wie heeft je loyaliteit, de keizer of Christus), en om het verwijt van atheïsme.  

De menigte in het stadion schreeuwde: “Dit is de leraar van Asia, de vader van de christenen, degene die onze goden vernietigt, degene die velen leert dat ze geen offers moeten brengen.” Ze vroegen om de brandstapel voor Polycarpus.

“Spijker mij niet vast”



Polycarpus kleedde zich uit en vroeg om niet vastgespijkerd worden; hij wilde slechts met touwen op het hout gebonden. Hij beloofde niet weg te lopen, en vertrouwde dat God hem bij zou staan. Dus werd hij vastgebonden “als het offer van een uitstekende ram uit een grote kudde, klaargemaakt als een brandoffer, aanvaardbaar voor God.”  

Polycarpus bad en vergeleek daarin zijn lijden met de beker van Christus, en toen hij brandde, geurde het als brood in een oven. Me dunkt dat hier sprake is van een vergelijking met de avondmaalsviering: het lijden van christenen staat in het verlengde van het lijden van Christus zoals gevierd met de beker waaruit we drinken en het brood dat we breken.

Gelukkig staan wij vandaag waarschijnlijk niet voor de vraag van leven of dood omwille van Christus. Maar de indringende oproep van Paulus geldt ons vandaag allemaal:  

Ik roep u er dan toe op, broeders, door de ontfermingen van God, om uw lichamen aan God te wijden als een levend offer, heilig en voor God welbehaaglijk: dat is uw redelijke godsdienst.
En word niet aan deze wereld gelijkvormig, maar word veranderd door de vernieuwing van uw gezindheid om te kunnen onderscheiden wat de goede, welbehaaglijke en volmaakte wil van God is. (Romeinen 12:1-2)

 

 
Terug naar overzicht